De kat is sinds eeuwen een geliefde metgezel van de mens. Tegelijk is hij een prachtig atletisch dier dat ontworpen is om te klimmen, te exploreren en te jagen. Wij mensen willen katten in ons leven en daarmee moeten zij een heleboel concessies doen. Maar we mogen niet van hen verwachten dat zij hun natuurlijke gedrag opgeven. Als niet aan bepaalde behoeften wordt voldaan, kunnen katten gestrest raken en probleemgevend gedrag ontwikkelen.

Hoe kunnen we onze kattenkameraden bieden wat zij nodig hebben?

De AAFP (America Association of Feline Practitioners) heeft richtlijnen opgesteld voor een gezonde leefomgeving, gezien vanuit het gezichtspunt van de kat. Er zijn vijf pilaren waarop een gezonde leefomgeving voor de kat steunt.

Pilaar 1: biedt een veilige plek

Veel eigenaren kennen het: u doet even een kastje open en meteen kruipt uw kat er in. U moet nog oppassen dat u hem niet insluit.

Katten vinden het fijn zich ergens alleen te kunnen terugtrekken. Zeker in een huishouden waar meerdere soortgenoten bij elkaar leven.

  • Veel katten vinden het prettig om zich “geborgen” te voelen. Het geeft een gevoel van veiligheid. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een kartonnen doos of een reismandje. Een mandje met een randje wordt ook gewaardeerd.
  • Het is fijn als uw kat een keuze heeft. Biedt hem meerdere plekken aan waar hij zich terug kan trekken. In ieder geval het aantal plekken, net zoveel als er katten in huis zijn. De plekken moeten verspreid zijn over het huis, zodat ze niet door één van de andere katten geblokkeerd kunnen worden. 
  • Denk ook aan hoge plaatsen waar de kat kan gaan zitten: planken aan de muur en boven op kasten. Zo kan hij de wereld ongestoord vanaf zijn hoge plek bekijken.
  • In de tuin kunnen plekken gemaakt worden waarachter de kat zich kan verstoppen: zet potten met planten neer of kleine struikjes. Ook hier zijn hoge zitplekken belangrijk.

Pilaar 2: voorzieningen

Met voorzieningen wordt bedoeld: alles wat de kat nodig heeft. Kattenbakken, drinkbakken, slaap- en rustplaatsen, eten en speelgoed.

  • Zoals gezegd vinden katten het prettig om keuzes te kunnen maken. Dit is zeker belangrijk als er meer katten in het huishouden zijn. We willen voorkomen dat één kat een bepaalde voorziening voor de ander blokkeert. Biedt daarom voldoende voorzieningen, verspreid over het huis. In de regel zegt men: één voorziening per kat, plus één.
  • Ook wanneer er maar één kat in huis is, wil deze meerdere voorzieningen van elk. Bijvoorbeeld een bak om te plassen en één om te poepen.
  • Biedt water en voedsel gescheiden aan. Het blijkt dat katten 30% meer gaan drinken als hun water niet naast hun voer staat.

Houd er bij bovenstaande rekening mee dat een kat een individu is! Wat de één prettig vindt, vindt de ander misschien niet fijn.

Pilaar 3: spelen en jagen

Een kat die in zijn eigen voedselbehoefte moet voorzien, doet ongeveer dertig jachtpogingen per dag. Daarvan slaagt ongeveer een derde.

Veel van onze huiskatten hoeven niet te jagen om aan hun voedsel te komen. Dat wil echter niet zeggen dat ze er geen behoefte aan hebben. Het jachtgedrag is instinctmatig gedrag. Een kat die zijn jachtgedrag wel wil tonen, maar het niet kan, kan gefrustreerd raken.

Jachtgedrag bestaat uit een aantal gedragspatronen: de prooi lokaliseren, vangen: besluipen → jagen → vangen, doden, prepareren en eten.

Als eigenaar kunt u uw kat stimuleren dit gedrag te tonen door hem speelgoed aan te bieden.

  • Er bestaan allerlei soorten speelgoed: hengels, elektronisch speelgoed, balletjes, muizen, speelgoed met catnip, etc.
  • Maar u kunt ook zelf wat knutselen. Biedt bijvoorbeeld een veter aan of veer die u op straat hebt gevonden.
  • Verrijking in de leefomgeving: zet een doos in de kamer met wat dennenappels of bladeren er in, of leg een stukje grasmat neer. De kat kan hier heerlijk een tijd mee bezig zijn.
  • Biedt afwisseling in het speelgoed aan. De kat is snel op dingen uitgekeken en wil dan weer iets nieuws. Haal weer eens wat oud speelgoed tevoorschijn en ruil het om met wat er op dat moment in de kamer ligt. Daag hem uit!
  • Gooi voer door de kamer of verstop het, zodat de kat het moet gaan zoeken.
Het laserlampje

U kent ze wel: het laserlampje met het rode of groene stipje, waar veel katten enorm door geprikkeld worden. Kijk hier echter mee uit!

Een kat kan alleen maar achter het lampje aanrennen, maar hij kan het niet vastpakken of vangen. Dat een kat zijn prooi kan vastpakken en doden geeft hem veel bevrediging. Het laserlampje geeft deze bevrediging vaak niet. Er zit geen beloning aan vast. Bovendien kan het schade geven aan de oogjes en sommige katten raken er gefrustreerd van.

Blijf goed naar uw kat kijken: heeft u het idee dat het laserlampje hem alleen maar frustreert? Stop er dan mee!

Denkspeelgoed en voerpuzzels

In de meeste huishoudens gebeurt het voeren van de kat op een bepaald vast moment van de dag: het eten wordt voor zijn neus gezet, de kat eet dit in een paar minuten op… Klaar. Binnenkatten kunnen te kampen hebben met overgewicht en onderstimulatie.

Leuker is het voor de kat als hij iets voor zijn eten moet doen en daarmee min of meer zijn jachtgedrag kan tonen.

Hiervoor zijn veel soorten denkspeelgoed en voerpuzzels op de markt. U kunt ook zelf denkspeelgoed maken. Deze soorten speelgoed zijn er in een aantal niveaus: van heel makkelijk voor beginners, tot de ultieme uitdaging voor de doorgewinterde puzzelaar.

De gedachte achter het denkspeelgoed is dat de kat het gevoel krijgt dat hij zelf zijn eten vergaard heeft. Hij moet rondsnuffelen, het brokje lokaliseren, het ergens uit zien te krijgen. Zo krijgt hij zijn gevoel van controle terug.

Ook kan dit een oplossing zijn voor overgewicht. Omdat de kat langer met zijn eten bezig is, krijgen de hersenen eerder het signaal “vol” en heeft de kat eerder een verzadigd gevoel. Dit zorgt er voor dat de kat eerder stopt met eten.

Let echter wel op bij oudere katten die mogelijk pijn bij arthrose hebben. Het kan pijnlijk voor ze zijn om hun brokjes uit de kleine gaatjes en klepjes te moeten vissen.

Pilaar 4: sociale interactie met de mens

De kat heeft de reputatie een onafhankelijke eenling te zijn. Niets is minder waar! Katten hechten aan mensen en willen contact met hen.

Een goede relatie met uw kat is gebaseerd op vertrouwen. Hiervoor is het nodig dat het contact tussen kat en mens op een positieve, stabiele en voorspelbare manier verloopt.

  • Voor goede sociale interactie met de mens, moet een kat goed gesocialiseerd zijn, in de gevoelige periode en met minimaal vier mensen. De kat moet positieve ervaringen met mensen hebben opgedaan.
  • Het contact moet voor de kat voorspelbaar en controleerbaar zijn. Laat een kat zelf het initiatief nemen of hij contact met u wil. Dring uzelf niet op!
  • Bij een huishouden met meer katten, moet iedere kat individueel aandacht krijgen. Dit geeft hem het gevoel dat hij zijn eigenaar even helemaal voor zichzelf heeft.
  • Houdt rekening met het individu: wat vindt de kat leuk?

Hoe laat een kat zien dat hij contact wil?

  • Langzaam knipperen met de ogen: als u dit naar hem terug doet, is dat voor hem een teken dat je niet bedreigend bent: kalmerend signaal.
  • Spinnen en tsjirpen.
  • Kopjes geven.
  • Op schoot willen.
  • Dicht bij iemand blijven.
  • Tegen uw hand aan duwen.
  • Omrollen en buikje laten zien: dit is een teken dat de kat uw voldoende vertrouwt om hem een kwetsbaar lichaamsdeel te tonen. Maar… het wil echter niet zeggen dat hij ook over zijn buik geaaid wil worden!

Pilaar 5: respecteer het geurvermogen van de kat

Het geurvermogen van de kat is vele malen beter dan dat van de mens. Hun gevoel van veiligheid is voor een groot deel gebaseerd op bekende geuren. De kat heeft als het ware een atlas van geuren in zijn hoofd zitten.

Een deel van deze geuren zet hij zelf af. Dit doet hij onder andere door bijvoorbeeld kopjes te geven aan voorwerpen. De feromonen die hij hiermee af zet, zorgen voor een veilig gevoel. Hun geur zit bijvoorbeeld op dekentjes en kussentjes.

  • Doe NOOIT alle dekentjes en kussentjes van de kat tegelijk in de was! Hier kan hij echt ernstig van in de war raken!
  • Zorg voor voldoende krabmogelijkheden, zowel binnen als buiten. Verondersteld wordt dat de kat door te krabben, zijn geurmarkering af zet.
  • Men mag een kat nooit straffen voor het markeren met zijn geur! Het is natuurlijk gedrag. Als daar straf op volgt, is dat voor de kat niet te begrijpen en kan angst en stress ontstaan.
  • Zet eventueel een feromonenverdamper in ter ondersteuning.
  • Probeer sterke geuren zoals geparfumeerde schoonmaakmiddelen en luchtverfrissers te vermijden. Omdat katten zoveel beter kunnen ruiken dan wij, kunnen parfums irriterend werken.
  • Als één van uw katten naar de dierenarts is geweest, kan dat bij de thuisblijvende kat heftige verwarring geven! De kat die naar de dierenarts is geweest ruikt ineens heel anders. Hierdoor kan de thuisblijver agressie tonen. Houdt hier rekening mee en begeleid dit goed. Wanneer uw kat thuiskomt van het dierenartsbezoek, kunt u hem een dag apart houden, tot hij zijn eigen geur weer heeft. Ook kunt u hem inwrijven met bijvoorbeeld één van zijn eigen dekentjes of een gedragen kledingstuk.

Heeft u vragen over de besproken adviezen of over het gedrag van uw kat? Neem dan gerust contact met mij op.

Fieke Halberstadt, 2018

Volg Kat&Mens op Facebook